Stimuleer de taalontwikkeling met ‘Teken voor Taal’

Kinderen leren taal doordat zij in contact zijn met anderen in hun omgeving. Bijvoorbeeld hun vader en moeder, opa en oma of andere volwassenen en kinderen. Kinderen ontwikkelen taalvaardigheden in verschillende tempo’s. De eerste woordjes komen vanaf ongeveer 14 maanden. Kinderen van 2 en 3 jaar oud kunnen al wat langere zinnen zeggen.

Stimuleer de taalontwikkeling met ‘teken voor taal.’

Download de kleurplaten en ga samen met je kind aan de slag.

  • Kijk samen naar de tekening en vertel aan elkaar wat jullie zien en wijs dingen aan.
  • Herhaal wat je kind zegt en breid de zin dan uit. Als je kind bijvoorbeeld ‘beer’ zegt, kun je ‘Een kleine beer’ of ‘De beer slaapt’ zeggen. Een woord op de juiste manier herhalen en de zin een beetje langer maken, is een goede manier om taal te stimuleren.
  • Geef je kind de gelegenheid om te reageren en zelf iets te zeggen. Wacht op een reactie en luister naar je kind. Laat zien dat je luistert en geef je kind alle tijd die het nodig heeft om zijn verhaal te vertellen.
  • En ga lekker aan de slag om de tekening in te kleuren.

Hoe stimuleer ik de taalontwikkeling van mijn kind?

Je kunt de taalontwikkeling van je kind op heel veel verschillende manieren stimuleren. Hieronder geven we je een paar voorbeelden.

Tip 1: Vertel wat je doet

Praat bij de dagelijkse activiteiten waar je kind bij is. Bijvoorbeeld tijdens het aankleden, het eten en in bad gaan. Vertel wat er gebeurt en wat je doet.

Tip 2: Neem de tijd voor taal

Probeer om op een vast tijdstip van de dag met je kind te praten. Bijvoorbeeld over wat er die dag gebeurd is. Met wat oudere kinderen kun je ook over dingen te praten die buiten het hier en nu staan.

Je neemt dan echt de tijd voor elkaar. Dit betekent een moment met zo min mogelijk achtergrondgeluiden; doe de radio, IPad, telefoon, computer of  tv uit. Richt al je aandacht op je kind. Hierdoor leert het kind zich te concentreren en te luisteren.

Je kunt ook samen door het raam naar buiten kijken of een stukje gaan lopen. Volg de blik van je kind en vertel wat jullie zien. Bijvoorbeeld ‘Een vogel in de boom’ of  ‘een rode auto op straat’.

Tip 3: Samen prentenboeken bekijken

Gebruik prentenboeken. Samen plaatjes kijken in boeken en beschrijven wat je ziet, heeft hetzelfde positieve effect als het voorlezen van het boekje. Soms horen daar knuffels of poppen bij, zoals Rupsje Nooitgenoeg en Dikkie Dik. Maak je geen zorgen over het steeds weer opnieuw vertellen van hetzelfde verhaaltje. Herhaling helpt kinderen om de taal die ze horen, te begrijpen en te onthouden.

Heb je zorgen over de taalontwikkeling?

Merk je dat je kind niet gaat brabbelen of praten. Heb je daar zorgen over? Zoek dan hulp bij de huisarts of consultatiebureauarts. Er kunnen verschillende oorzaken zijn. Bijvoorbeeld een taalachterstand. Een taalachterstand kan ontstaan als het kind bijvoorbeeld te weinig taalaanbod krijgt, of als het kind niets hoeft te zeggen omdat het toch wel begrepen wordt. Een taalachterstand kan worden ingelopen als de omgeving voldoende taal aanbiedt en een logopedist wordt ingeschakeld. Het kan ook zijn dat je kind een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft. De belangrijkste signalen van een taalontwikkelingsstoornis kunnen zijn:

  • De ontwikkeling van taal en uitspraak loopt achter bij leeftijdgenootjes en verloopt ook echt anders; het kind maakt bijvoorbeeld niet alleen kortere zinnen dan zijn leeftijdgenootjes maar maakt ook fouten met de volgorde v.an woorden
  • De logopedie slaat niet aan en ondanks de extra ondersteuning van de logopedist wordt de taalachterstand niet ingelopen.

Meer weten over TOS en de organisaties die jou en jouw kind kunnen helpen? Op deze site vind je informatie over organisaties die je graag willen helpen.